Geven jongeren meer om duurzaamheid?

Geven jongeren meer om duurzaamheid?

Paul de Beer

Het leek een klassieke tegenstelling: de actievoerders die begin februari protesteerden tegen het kappen van bomen in het Sterrebos en de werknemers van VDL Nedcar die demonstreerden voor het behoud van hun banen en daarvoor een stuk van het bos wilden opofferen. Een tegenstelling tussen een jonge generatie voor wie duurzaamheid en natuurbehoud centrale waarden zijn en een oudere generatie die materiële waarden als inkomen en werkzekerheid vooropstelt. En ook een tegenstelling tussen vakbonden met hun bread and butter doelen en de natuur- en milieubeweging voor wie de economie ondergeschikt is aan behoud van natuur en het tegengaan van klimaatverandering.

Hoe reëel zijn tegenstellingen tussen jongere en oudere generaties?

Met gegevens uit onze Waarde van Werk Monitor 2021 kunnen we meer inzicht verkrijgen in waardenverschillen tussen generaties. In deze enquête onder de Nederlandse bevolking hebben we onder meer gevraagd welke aspecten van werk mensen het belangrijkst vinden. Daarbij onderscheiden we tussen de ‘traditionele’ doelen van een goed inkomen en werkzekerheid enerzijds en de maatschappelijke impact van het werk anderzijds. Deze laatste betreft de vraag of je in het werk andere mensen kunt helpen, of een baan nuttig is voor de samenleving en of je in het werk bijdraagt aan het oplossen van sociale, maatschappelijke of milieugerelateerde problemen. De jongere generaties (de Millennials, geboren tussen 1980 en 1994, en generatie Z, geboren na 1994) blijken de maatschappelijke impact inderdaad vaker ‘zeer belangrijk’ te vinden dan de oudere generaties (de babyboomers, geboren tussen 1946 en 1964, en generatie X, geboren tussen 1965 en 1979). De jongere generaties vinden echter óók een goed loon en werkzekerheid belangrijker dan de oudere generaties (zie Figuur 1).

Figuur 1. Percentage van de respondenten in verschillende generaties dat verschillende werkaspecten ‘zeer belangrijk’ vindt

Verschillen in waarden tussen generaties op een bepaald moment kunnen ook te maken hebben met de levensfase. Jongere generaties bevinden zich nu in een andere levensfase dan de oudere generaties en het is denkbaar dat hun waarden veranderen als zij in een andere levensfase komen. Dan zouden de jongere generaties als zij ouder worden dus dezelfde waarden kunnen hebben als de oudere generaties nu hebben. Of dit het geval zal zijn, kunnen we nu nog niet vaststellen. Maar we kunnen wel proberen de verschillen in waarden te corrigeren voor de levensfase waarin men zich bevindt. Als we dit doen, blijken de verschillen tussen de generaties niet langer statistisch significant te zijn. Met andere woorden, de verschillen in waarden tussen jongere en oudere generaties lijken vooral te maken te hebben met verschillen in levensfase en veel minder met duurzame verschillen tussen de generaties. Hierop is wel één uitzondering: jongere generaties hechten meer dan oudere generaties belang aan een goed loon, ook als we rekening houden met de levensfase.

Vinden vakbondsleden werk en inkomen belangrijker dan duurzaamheid?

Vakbondsleden zeggen inderdaad vaker dan niet-vakbondsleden dat zij een goed loon en werkzekerheid ‘zeer belangrijk’ vinden (Figuur 2). Dit bevestigt het klassieke beeld dat werknemers vooral vanwege hun materiële belangen vakbondslid worden. Dit verschil tussen vakbondsleden en niet-leden blijft bestaan als we rekening houden met andere persoonskenmerken, zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Er is echter nauwelijks verschil tussen vakbondsleden en niet-leden als het gaat om de maatschappelijke impact van het werk: leden en niet-leden vinden die ongeveer even belangrijk. Wel vinden niet-leden iets vaker dan vakbondsleden dat werk waarin je bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke en milieuproblemen ‘zeer belangrijk’ is, maar dit verschil verdwijnt als we rekening houden met het effect van andere persoonskenmerken. Als vakbondsleden, zoals in het geval van VDL Nedcar, demonstreren voor behoud van werk, ook als dat ten koste gaat van natuurbehoud, is dat dus niet zozeer omdat zij minder belang hechten aan duurzaamheid, maar vooral omdat zij loon en zekerheid belangrijker vinden dan niet-leden.

Figuur 2. Percentage vakbondsleden en niet-vakbondsleden dat verschillende werkaspecten zeer belangrijk vindt.

Dilemma

Dit plaatst vakbonden voor een dilemma: als zij naar hun leden luisteren – die zich hoofdzakelijk in een wat oudere levensfase bevinden – moeten zij aan de traditionele materiële doelen van werk en inkomen het meeste gewicht toekennen, ook als dit ten koste gaat van natuur en milieu. Als zij echter meer jongeren willen aantrekken, zullen zij doelen met betrekking tot een duurzame ontwikkeling meer centraal moeten stellen – zonder overigens de traditionele doelen uit het oog te verliezen, want die vinden jongeren ook heel belangrijk. Feitelijk hebben vakbonden hier echter geen keuze: willen zij op de lange termijn overleven, dan is het onvermijdelijk dat duurzaamheid meer centraal komt te staan in hun beleid. Dat is zowel noodzakelijk om jongere generaties aan zich te binden als ook om ervoor te zorgen dat we in de toekomst nog een leefbare samenleving hebben.