Opmerkelijk grote steun voor een basisinkomen

Paul de Beer

In discussies over hervorming van de sociale zekerheid, de toekomst van de arbeidsmarkt of bestaans(on)zekerheid, duikt het idee telkens weer op: een basisinkomen. Een gegarandeerd inkomen voor iedereen, zonder dat een tegenprestatie wordt verwacht. Maar als het op besluitvorming aankomt, blijkt er toch steeds weer een ruime meerderheid die de bezwaren tegen het basisinkomen – zoals de hoge kosten en de loskoppeling van werk en inkomen – zwaarder vindt wegen dan de voordelen. Uiteindelijk vindt er dan toch een veel minder ingrijpende hervorming plaats.

Begint het tij te keren?

In de Waarde van Werk Monitor 2023 blijkt maar liefst 54 procent van de ondervraagden positief of zeer positief te staan tegenover de invoering van een basisinkomen. Slechts 20 procent staat er negatief of zeer negatief tegenover. De rest – een op de vier ondervraagden – is neutraal. Vier jaar geleden, in 2019, hadden we de vraag ook gesteld. Toen was nog maar 36 procent positief over een basisinkomen en 34 procent negatief. De afgelopen jaren is de steun voor het basisinkomen dus sterk toegenomen en de weerstand ertegen afgenomen.

Waarom willen mensen een basisinkomen? We hebben die vraag niet expliciet aan de geïnterviewden voorgelegd, maar we kunnen wel indirect hun motieven afleiden door de samenhang met een aantal kenmerken van de respondenten en hun opvattingen in beeld te brengen.

Figuur 2 toont groepen die meer dan gemiddeld positief zijn over een basisinkomen. We zien dat mensen met een relatief kwetsbare sociaaleconomische positie vaak vóór een basisinkomen zijn. Van de respondenten die zeggen dat hun huishouden geld tekortkomt, die een beneden modaal inkomen hebben en die een slechte gezondheid of een langdurige aandoening hebben, zegt meer dan 60 procent (zeer) positief te zijn over de invoering van een basisinkomen. In iets mindere mate geldt dit voor mensen die precies rond kunnen komen, die geen betaald werk hebben, die laagopgeleid zijn en een matige gezondheid hebben. Ook zzp’ers zijn relatief vaak positief over een basisinkomen. Dit suggereert dat veel mensen uit welbegrepen eigenbelang vóór een basisinkomen zijn: het zal hun bestaanszekerheid vergroten.

Steun voor een basisinkomen hangt echter ook samen met een voorkeur voor een meer ‘postmaterialistische’ leefwijze. Vooral mensen die ‘vermindering van de betekenis die betaald werk in ons leven heeft’ een verbetering zouden vinden, zijn vaak (zeer) positief over een basisinkomen. In wat mindere mate geldt dit ook voor voorstanders van ‘minder nadruk op geld en bezit’, ‘een eenvoudiger, meer natuurlijke manier van leven’ en ‘minder consumptiegoederen verbruiken’.

Van welke kant is de meeste weerstand tegen invoering van een basisinkomen te verwachten? Figuur 3 toont de groepen die minder dan gemiddeld positief zijn over een basisinkomen. Allereerst valt op dat bij al deze groepen het percentage dat negatief of zeer negatief over een basisinkomen is, kleiner is dan het percentage dat positief of zeer positief is. Dat geldt zelfs voor de groep die het meest kritisch tegenover een basisinkomen staat, de zelfstandigen met personeel: van hen is toch nog 39 procent (zeer) positief en niet meer dan 35 procent (zeer) negatief. Van bijna de helft van al deze groepen is toch méér dan de helft positief over een basisinkomen. Groepen waarvan (iets) minder dan de helft positief tegenover een basisinkomen staat, zijn werknemers met een vast contract, mensen met een bovenmodaal inkomen en mensen die geld overhouden. Ook degenen die een meer postmaterialistische leefwijze juist géén verbetering vinden, staan relatief kritisch tegenover een basisinkomen.

Tot slot valt op dat leeftijd, sekse en opleidingsniveau er betrekkelijk weinig toe doen. Van jongeren onder 35 jaar is 56 procent positief, van 25-49-jarigen – de meest kritische leeftijdsgroep – 53 procent. 56 procent van de vrouwen en 51 procent van de mannen is positief. 60 procent van de laagopgeleiden is positief tegenover 53 procent van de middelbaar en hoogopgeleiden.

In recente discussies over het toeslagenstelsel, de bijstand en de arbeidsongeschiktheidsregelingen heeft de optie van een basisinkomen weinig aandacht gekregen. Wel zijn suggesties gedaan die we als elementen van een basisinkomen kunnen zien: meer ruimte voor bijstandontvangers om bij te verdienen, toeslagen die minder afhankelijk zijn van het inkomen en een basisuitkering voor arbeidsongeschikten. Misschien is het tijd om de grondslagen van het hele sociale stelsel tegen het licht te houden. Zijn de huidige uitgangspunten nog wel te handhaven? Zou het basisinkomen niet als een serieus alternatief voor het bestaande stelsel moeten worden overwogen? Onder de Nederlandse bevolking lijkt er in ieder geval brede steun voor zo’n fundamentele discussie.